CEAG - crouse hinds series - EXIT N ARROW 6clock ISO7010 - 12191030023 - noodverlichting explosieveilig
- Ean
- 4250217484933
- Artikelnummer
- 484933
- Koop 3 stuks voor 1.726,55 1.426,90 en bespaar 1%
- Koop 5 stuks voor 1.709,10 1.412,48 en bespaar 2%
- Altijd scherp geprijsd
- Gemakkelijk retourneren
- Veilig betalen
- Gratis verzonden binnen NL vanaf € 150,-
Beschrijving
Downloads
Meer informatie
|
Algemeen
|
|
|
Artikelnummer
|
484933 |
|---|---|
|
Merk
|
Cooper Crouse-Hinds |
|
GTIN (Global Trade Item Number) is het unieke productnummer dat wereldwijd wordt gebruikt voor herkenning, vaak in de vorm van een EAN-code. |
4250217484933 |
|
Het model is de benaming die de fabrikant gebruikt om een product of productserie te onderscheiden binnen het assortiment. Dit kan bijvoorbeeld een reeks of lijn zijn waar meerdere varianten van bestaan. |
Crouse-Hinds Series |
|
Het type is de door de fabrikant gebruikte aanduiding voor een specifieke lamp of armatuur. Dit kan een productcode of serienaam zijn die het product binnen het assortiment onderscheidt. |
EXIT N ARROW 6clock ISO7010 |
|
Product klasse
|
Explosieveilig noodverlichtings- en signaleringsarmatuur |
|
Afmetingen
|
|
|
De lengte geeft de afmeting van een lamp of armatuur aan in millimeters. Dit helpt te bepalen of het product in de beschikbare ruimte past. |
175 mm |
|
De breedte geeft de afmeting van een lamp of armatuur aan in millimeters. Dit is van belang om te bepalen of het product in de beschikbare ruimte of uitsparing past. |
356 |
|
De hoogte of diepte geeft de afmeting van een lamp of armatuur aan in millimeters. |
76 |
|
De buitendiameter geeft de totale buitenmaat van een ronde lamp of armatuur aan, uitgedrukt in millimeters. Dit is belangrijk om te bepalen of het product past op of in de beoogde plek.
Let op: de buitendiameter is niet hetzelfde als de zaagmaat bij inbouwarmaturen. Controleer beide maten om te voorkomen dat het armatuur niet past. |
0 mm |
|
De inbouwdiameter is de maat van het gat dat in een plafond of wand gemaakt moet worden om een rond inbouwarmatuur correct te plaatsen. Deze maat wordt altijd aangegeven in millimeters. |
0 mm |
|
De inbouwlengte geeft de benodigde lengte in millimeters aan om een armatuur in een uitsparing of behuizing te plaatsen. |
0 mm |
|
De inbouwbreedte geeft de benodigde breedte in millimeters aan om een armatuur correct in een uitsparing of behuizing te plaatsen. |
0 mm |
|
De inbouwhoogte of -diepte geeft aan hoeveel millimeter ruimte er minimaal nodig is om een armatuur volledig in een plafond of wand weg te werken. Dit is belangrijk bij inbouwarmaturen om te voorkomen dat ze te ver uitsteken of niet passen. |
0 mm |
|
Lichttechnische specificaties
|
|
|
De lichtkleur wordt uitgedrukt in Kelvin (K) en geeft aan of het licht warm of koel oogt. Rond 2700K is het licht warm wit, 3000K is neutraal warm, 4000K is koel wit en 6500K benadert daglichtwit.
Let op: de keuze voor de juiste Kelvin-waarde hangt af van de toepassing, bijvoorbeeld sfeer in horeca of functioneel licht in kantoren en werkruimtes. |
6500 daglicht wit |
|
De kleurweergave-index (CRI) geeft aan hoe natuurlijk kleuren eruitzien onder het licht van een lamp. Hoe hoger de waarde (maximaal 100), hoe beter jij kleuren ziet zoals ze echt zijn. Een CRI van 80 of hoger is meestal goed voor algemeen gebruik op kantoor of werkplaats, en 90+ gebruik je als kleur belangrijk is, zoals in winkels of bij productcontrolle. |
70-79 |
|
Kleurtemperatuur (in Kelvin) geeft aan of het licht warm of koel oogt. Rond 2700K is het licht warm wit, vaak gebruikt in horeca en ontvangstruimtes. Bij 3000K is het licht iets frisser, geschikt voor algemene verlichting. Rond 4000K wordt het licht koel wit genoemd; dit zorgt voor helder en functioneel licht, ideaal voor kantoren en werkruimtes. Vanaf 6500K spreek je van daglichtwit en vaak wordt toegepast in industriële omgevingen of bij nauwkeurig werk.
|
3000 K |
|
De effectieve lichtstroom geeft aan hoeveel lumen (lm) een armatuur daadwerkelijk levert, gemeten volgens de internationale norm IEC 62722-2-1. Hierbij wordt de totale lichtopbrengst van het armatuur bepaald, inclusief de verliezen door lenzen, reflectoren en afschermingen. |
185 lm |
|
Dit geeft aan of een armatuur geleverd wordt inclusief lichtbron. Bij producten zonder lichtbron moet je deze zelf apart meebestellen. |
Ja |
|
Lichtopbrengst bij noodbedrijf
|
185 lm |
|
De lichtkleur wordt meestal aangeduid met een driecijferige code, zoals 830 of 940. Het eerste cijfer geeft de kleurweergave-index (CRI) aan: 8 staat voor een goede kleurweergave (80–89), 9 voor zeer goede kleurweergave (90–99). De laatste twee cijfers geven de kleurtemperatuur in honderden Kelvin weer: 30 staat voor 3000K (warm wit), 40 voor 4000K (koel wit). Zo geeft code 830 dus warm wit licht met een CRI van 80–89, en 940 koel wit licht met een CRI van 90–99. |
Wit |
|
Elektrotechnische specificaties
|
|
|
De IP-waterdichtheid geeft aan in welke mate een lamp of armatuur beschermd is tegen binnendringen van water. Dit wordt weergegeven door het tweede cijfer in de IP-code (0–9). Bijvoorbeeld: IP44 is spatwaterdicht, IP65 is bestand tegen waterstralen en IP67 kan tijdelijk ondergedompeld worden.
Let op: kies altijd de juiste IP-waarde afhankelijk van de toepassing, bijvoorbeeld binnen, buiten of in vochtige en natte ruimtes. |
IP66 - krachtige waterstralen |
|
De nominale spanning geeft aan op welke netspanning de lamp of het armatuur is ontworpen. Veel producten werken op 230V (netspanning), maar er zijn ook uitvoeringen voor bijvoorbeeld 12V of 24V. Het is belangrijk om de juiste spanning te kiezen om een correcte en veilige werking te garanderen. |
277 |
|
Het spanningstype geeft aan met welke soort spanning een lamp of armatuur werkt: wisselspanning (AC) of gelijkspanning (DC). |
AC/DC |
|
Het maximale systeemvermogen geeft aan hoeveel watt (W) een armatuur in totaal kan verbruiken. |
10 W |
|
Een voorschakelapparaat (VSA) regelt de spanning en stroom waarmee een lamp of armatuur wordt gevoed. Het zorgt voor een correcte werking en beschermt de lamp tegen overbelasting. Er zijn verschillende typen, zoals conventioneel (elektromagnetisch), elektronisch (EVSA) en LED-drivers die speciaal zijn ontwikkeld voor LED-verlichting. Ook bestaan er varianten met geïntegreerde LED-regeling. |
LED regeling stroomgestuurd |
|
De beschermingsklasse geeft aan welke elektrische veiligheidsmaatregelen zijn toegepast bij een lamp of armatuur. Klasse I betekent dat het product geaard moet worden, klasse II staat voor dubbel geïsoleerd en heeft geen aarding nodig, en klasse III werkt op veiligheidsspanning zoals 12V of 24V. Hiermee wordt duidelijk welke installatievoorwaarden nodig zijn voor veilig gebruik. |
I |
|
De geleiderdoorsnede geeft aan met welke dikte bedrading (in mm²) een armatuur maximaal mag worden aangesloten. |
2,50 mm² |
|
De aansluitwijze geeft aan hoe een lamp of armatuur elektrisch wordt aangesloten. Dit kan bijvoorbeeld met een kroonsteen, steek- of schroefklem, connector of een voorbedrade stekker. De aansluitwijze bepaalt hoe eenvoudig en snel de installatie kan worden uitgevoerd. |
Overig |
|
Het voedingssysteem geeft aan hoe een noodverlichtingsarmatuur wordt gevoed. Bij een decentraal systeem is de batterij in het armatuur geïntegreerd en altijd meegeleverd, zodat het armatuur zelfstandig blijft branden bij stroomuitval. Bij een centraal systeem wordt het armatuur aangesloten op een centrale voeding of accupack in het gebouw. |
Decentraal |
|
De vermogensfactor (PF) geeft de verhouding weer tussen het werkelijk gebruikte vermogen en het schijnbare vermogen van een lamp of armatuur. De waarde loopt van 0 tot 1. Hoe hoger de vermogensfactor, hoe efficiënter het product met energie omgaat en hoe minder het elektriciteitsnet wordt belast. |
0,95 |
|
Overige kenmerken
|
|
|
Het materiaal van de behuizing geeft aan waarvan een lamp of armatuur is gemaakt, bijvoorbeeld kunststof, aluminium of staal. Dit bepaalt onder andere de robuustheid, warmteafvoer en uitstraling van het product. |
Kunststof |
|
Het lamptype geeft aan welke lichttechniek wordt toegepast in een armatuur. Tegenwoordig gaat het vrijwel altijd om LED. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen LED met een uitwisselbare lichtbron en LED waarbij de lichtbron vast in het armatuur is geïntegreerd. |
LED niet uitwisselbaar |
|
De slagvastheid geeft aan hoe goed een armatuur of afdekking bestand is tegen stoten of impact. Dit wordt uitgedrukt in de IK-waarde, oplopend van IK00 (geen bescherming) tot IK10 (zeer hoge bescherming, bestand tegen een zware slag). |
IK10 |
|
Geschikt voor aantal lichtbronnen
|
1 |
|
Nom. levensduur L70/B50 bij 25 °C
|
60 h |
|
De montagewijze geeft aan hoe een lamp of armatuur geplaatst of bevestigd wordt. Dit kan bijvoorbeeld opbouw, inbouw, pendel, rail of wand/plafondmontage zijn |
Opbouw |
|
De bewakingsinrichting geeft aan hoe een noodverlichtingsarmatuur wordt gecontroleerd. Dit kan met een testknop (handmatige test), automatische zelfdiagnose met LED-indicatie, of via een controlebouwsteen die het armatuur koppelt aan een centraal testsysteem. |
Automatische zelfdiagnose |
|
De herkenningsafstand geeft aan vanaf welke afstand een pictogram in een noodverlichtingsarmatuur nog goed zichtbaar en leesbaar is. Dit is afhankelijk van de grootte van het pictogram en wordt uitgedrukt in meters, bijvoorbeeld 16 m, 24 m of 30 m. |
25 m |
|
Nom. bedrijfsduur (h)
|
60000 |
|
Dit kenmerk geeft aan of een armatuur geschikt is voor gebruik in ruimtes met gasontploffingsgevaar. De zones (zoals 1 en 2) zijn vastgelegd in de ATEX-richtlijnen en bepalen waar het armatuur veilig kan worden toegepast.
Let op: een armatuur dat geschikt is voor zone 1 mag ook in zone 2 worden toegepast. Andersom niet: een armatuur dat alleen geschikt is voor zone 2 mag nooit in zone 1 worden gebruikt. |
1, 2 |
|
Dit kenmerk geeft aan of een armatuur geschikt is voor gebruik in ruimtes met stofontploffingsgevaar. De zones (zoals 21 en 22) zijn vastgelegd in de ATEX-richtlijnen en bepalen waar het armatuur veilig kan worden toegepast.
Let op: een armatuur dat geschikt is voor zone 21 mag ook in zone 22 worden toegepast. Andersom niet: een armatuur dat alleen geschikt is voor zone 22 mag nooit in zone 21 worden gebruikt. |
21, 22 |
|
Hier geven we aan hoe je de lichtkleur ervaart |
daglicht wit |
|
Het aantal polen geeft aan uit hoeveel afzonderlijke aders een aansluitkabel bestaat. Dit bepaalt welke elektrische functies kunnen worden aangesloten, bijvoorbeeld fase, nul en aarde. |
3 |
|
De soort bedrading geeft aan hoe een armatuur kan worden aangesloten. “Geschikt voor doorgangsbedrading” betekent dat het armatuur zo ontworpen is dat bedrading kan worden doorgelust naar een volgend armatuur. “Incl. doorgangsbedrading” betekent dat de bedrading hiervoor al in het armatuur aanwezig is. “Eindig” geeft aan dat het armatuur alleen zelfstandig kan worden aangesloten en niet doorgelust kan worden. |
Geschikt voor doorgangsbedrading |
|
Type schakeling
|
Continuschakeling/noodschakeling |
|
De IP-beschermingsgraad geeft aan in welke mate een armatuur of lamp beschermd is tegen stof en vocht. De code bestaat uit twee cijfers: het eerste cijfer staat voor de bescherming tegen vaste voorwerpen en stof (0–6), het tweede cijfer voor bescherming tegen water (0–9). Zo betekent IP20 dat een lamp beschermd is tegen aanraking, maar niet tegen water, terwijl IP65 aangeeft dat de lamp volledig stofdicht is en ook bestand tegen waterstralen. De juiste IP-waarde kies je afhankelijk van de toepassing, bijvoorbeeld binnen, buiten of in vochtige ruimtes. |
IP66 |
|
Toepassing indicator
|
Enkelzijdig |
|
Geschikt voor markeringstype
|
Overig |
|
Verwisselbare voorschakelapparatuur
|
Ja |
|
Energie Efficiëntie Index (EEI) stroomvoorziening
|
Overig |
|
Energie-efficiëntieklasse van de ingebouwde lamp
|
A++, A+, A (LED) |
|
Energie-efficiëntieklasse van de meegeleverde uitwisselbare lamp
|
A |
|
Hoogste energie-efficiëntieklasse van de uitwisselbare lamp
|
A |
|
Laagste energie-efficiëntieklasse van de uitwisselbare lamp
|
A |